Voeding en Kleding.
Om de terugkeer van de soldaten naar de kampong na volbrachte diensttijd van 3 jaar niet te bemoeilijken, werd gekozen voor een zeer eenvoudig, doch voedzaam menu, waarvan rijst, groente, lombok en vis hoofdbestanddelen waren. Om de juiste hoeveelheden voedingsmiddelen dagelijks te kunnen verstrekken aan de keuken, maar ook in bulk aan te vragen bij de centrale magazijnen der Koninklijke Marine op Biak, werd onderzoek gedaan in expeditieverslagen in de Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage. Ook de ontvangen menu-samenstelling bij de Algemene Politie in NNG en die van de 'koelie-rantsoenen' der Koninklijke Marine, waaruit duidelijk bleek wat en waar locaal te koop zou zijn, speelde mee bij het vaststellen van het 'voedingstarief' voor de PVK-soldaten. Toch waren we later niet verbaasd als 's avonds ergens op het kazerneterrein eens een klein kookvuurtje was te zien; een slang of ander beest werd dan als extra smakelijk hapje toebereid.
Een bezoekende antropoloog verklaarde overigens later, dat door deze juiste voeding, de militaire training en goede medische verzorging een welhaast geheel nieuw papoea-ras was 'gekweekt'.
Glanzende huid, malariavrij en geen stokkige benen meer. Zij tenslotte nog vermeld dat de gevechtsrantsoenen niet geliefd waren. De soldaten namen op patrouilletochten op de man rijst, zout, lombok en sagokoeken mee en konden dan enige dagen zonder aanvoer in het oerwoud vertoeven.
Bij de keuze van het uniform en de op de man te dragen uitrusting werd uitgegaan van de geheel eigen karaktereigenschappen van de toekomstige papoea-militair en de eigen militaire doelstellingen van het korps. (langdurige patrouilles in zwaar terrein, jungle-fighting enz).
Op grond van doelmatigheid en aan te kweken saamhorigheiden zouden naast de papoeavrijwilligers ook de bij het korps ingedeelde Europese officieren en onderofficieren dezelfde uniform moeten dragen. Het was voor mij als toenmalig Luitenant ter zee (A) le kl, vers getooid met 1 balk en 1 ster op beide schouders, wel even schrikken om aangesproken te worden met 'majoor'.
Aangezien de papoea voelt voor kleur en ceremonieel en zeer teleurgesteld zou zijn als zijn eigen korps niet de gelegenheid kreeg zich op waardige wijze te vertonen, werd, teneinde besparend te werken, een uniform ontworpen, hetwelk zowel geschikt zou zijn voor patrouillegang als voor het dragen bij ceremoniële diensten en passagieren. De minst in gebruik zijnde uniform kon daartoe worden voorzien van koperen afneembare knopen, ponceau-rode schouderbedekkingen, een rode sjerp om het middel (warm), fluitkoord en een zwarte koppel met koperen koppelplaat met korpsembleem, waarbij ook nog de junglecap vervangen werd door een hoed, links opgeslagen, ook voorzien van korpsembleem en rode band en zwarte pluim.
Op het embleem van het korps was de afbeelding zichtbaar van een typisch inheemse vogel, de casuaris: dit dier munt uit door agressiviteit, kracht en uithoudingsvermogen. Twee gekruiste kapmessen en het 'devies' van het korps, te weten PERSEVERO (ik zet door, blijf standvastig) completeerden het embleem. Toen de fabrikant van de emblemen mij indertijd vroeg hoe precies zo'n loopvogel eruit zag, moest ik overigens zijn tekenaar naar de dierentuin verwijzen.
Bij de keuze van de stof voor de uniform speelde mee een minimum aan gewicht, goede camouflagekleur, soepel en glad aanvoelen en de maximale bescherming tegen insecten. Al snel werd besloten dezelfde groen katoenen stof te gebruiken, als welke werd verwerkt in de mariniersgevechtskleding, een stof welke aan de meeste der gestelde eisen voldeed. Ook de mariniersveldschoen, stevig en bestand tegen ruw terrein, werd overgenomen. Wel een dwaas gezicht hoe bij de eerste opleiding der soldaten velen van hen maar moeizaam voortstrompelden, gewend als ze waren aan blote voeten.