Uitgebreid zijn de artikelen die in de eerste baksorder aan de maaltijden werden gewijd. Voor het schaften moest er gebeden worden en erna God gedankt. Tijdens de maaltijden waren vunze praatjes uit den boze. Het omgooien van de etenskom waaruit het baksvolk at, werd bestraft met een aantal slagen met de gortspaan: 12 van de baksmeester en van ieder van het baksvolk nog eens 6!
Een rantsoen bier was er (nog) niet. Slechts werd bepaald dat men zich niet mocht 'dronken drinken'. Gebeurde dit toch dan werd niet alleen betrokken matroos gestraft, ook degeen die hem het laatst een drankje had ingeschonken, kon op enkele dagen arrest rekenen!
Uit het voorgaande blijkt dat het de bedoeling is dat het baksvolk elkaar opvoedt, onderling controleert en bestraft. Dit blijkt nog duidelijker als Van Kinsbergen stelt, dat het een plicht van een matroos is boven zijn baksmaten in vlijt en ijver uit te blinken en de bevaren matroos de onbevaren collega moet onderwijzen in knopen, splitsen, kennis van het tuig enz. In het algemeen moeten allen elkander voorthelpen 'als regte Baksmaats'.
Tenslotte: 'ten alle tijde wordt van een ieder geëist, dat hij zijn meerderen blindelings gehoorzaamd en behoorlijke achting bewijst'.
Andere commandanten schreven dit voorschrift van Van Kinsbergen over en pasten het aan voor gebruik aan boord van hun schip. Omstreeks 1800 werden de baksorders van Van Kinsbergen verplicht gesteld voor alle oorlogsschepen.
Vernieuwde baksorder
Na de Franse overheersing (1813) vernemen we niets meer over de baksorder tot 1847. In dit jaar verschijnt het Reglement inwendige dienst, waarin één baksorder voorkomt.
Hoewel deze vernieuwde baksorder duidelijk aansluit bij de gedachten van Van Kinsbergen is ze toch anders.
De zogenaamde baksstraffen zijn verdwenen. Daartegenover staat, dat van nu af aan de rechtspositie van de matroos wat duidelijker wordt omschreven, doordat duidelijker beklagregelingen in de baksorder zijn opgenomen. Nu voorziet de baksorder in een verdeling van het scheepsvolk in bakken onder leiding van een kwartiermeester (korporaal): de baksmeester. Een oudere matroos wordt, als vice-baksmeester, zijn plaatsvervanger. Bij elke bak wordt één van het baksvolk tot zeuntje benoemd. Deze functie vervult hij vier tot zes weken.
Hij haalt de etensrantsoenen voor zijn bak en verdeelt die onder het baksvolk. Hij is ook verantwoordelijk voor het kommaliewant. Na de maaltijden maakt hij dit schoon, controleert het en bergt het weer op in de z.g. bakskist.
Deze kist staat onder zijn beheer, niemand anders mag daar wat uithalen, met name geen etenswaren. 's Ochtends zorgt het zeuntje ervoor dat hij de kooi van de baksmeester sjort en opbergt in de kooienbergplaats en 's avonds dat hij de kooi weer ophaalt en ophangt. Gezamenlijk moeten de zeuntjes van de bakken de verblijven schoonhouden.
De controle van de baksmeester op het baksvolk is ook nu nog veelomvattend: tijdens de maaltijden, de baksgewijze zindelijkheidsinspecties, het plunjewassen, de lessen, het 'lappen en naaien' (de tijd bestemd om de kleding te herstellen), enz. Ja zelfs was het zo, dat klachten in verband met het 'kat' over de baksmeester moesten lopen, evenals de reparaties voor de schoen- en kleermaker. Voor deze reparaties hield de baksmeester een apart register bij.
Sociale `pressurecooker'
Dit alles en nog veel meer, diende er toe de schepelingen discipline le leren. Ook in deze baksorder werd uitgegaan van onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de meerderen in rang. Deze uiterlijke gehoorzaamheid achtte men nodig om in tijd van oorlog het zeilschip met zijn - toen nog eenvoudige geschut 'zonder aarzelen, zonder zich een oordeel over de van hooger hand gegeven bevelen aan te matigen, zonder morren, zonder een ogenblik te denken aan of te letten op eigen belang, met volkomen zelfverloochening handelend' te kunnen bedienen. Dit gewenste automatisch handelen is geen aangeboren, doch eene door oefening en leering verworven eigenschap. Ook in dit opzicht moet derhalve de vredestijd een oefeningstijd zijn. Men kan tot zekere hoogte met recht beweren, dat overdrijving daarbij niet mogelijk is, althans veeleer baat dan schaadt.
Men verwachtte dus, dat als de militair maar lang genoeg volgens de streng gecontroleerde voorschriften leefdehij dit vanzelfsprekend zou gaan vinden. Op de lange duur zou hij dan automa- tisch de regels opvolgen en dus minder controle nodig hebben: hij handelde dan immers automatisch ? Dit laatste noemde men dan innerlijke discipline.
Het aanleren van deze discipline werd vooral bevorderd door het isolement van het oorlogsschip, waardoor men inderdaad kon zeggen dat je daar vierentwintig uur per dag in dienst was.
Een socioloog heeft eens dit - niet alleen door de marine gehanteerde vormingssysteem een 'sociale pressurecooker' genoemd: het isolement van de buitenwereld (ook in de havens door de stringente passagiersbepalingen), de uniformering, de voortdurende controle en de trapsgewijze ondergeschiktheid, schiepen een maximale garantie tot het kneden van de persoonlijkheid van de scheepsbemanningen, overeenkomstig de bedoeling van de leiding.
In dit systeem nam de baksorder een voorname plaats in; de baksorder gaf de practische uitwerking van het bovenomschreven aanleren van discipline.
In de loop van deze eeuw deden zich echter binnen de marine veranderingen voor, waardoor het stringente bakkensysteem moeilijker te handhaven werd.
Deze ontwikkeling begon in feite al bij de invoering van de stoomvoortstuwing voor de stoom-machines en de benodigde kolen had men ruimte nodig, wat ten koste van de dekdienst ging.
Erger was dat de 'pijpluizen' (deeltjes roet uit de schoorsteen) en het 'aswippen' (het overboord gooien van de kolenas) bronnen van conflicten tussen de stokers en het dekpersoneel werden. Bovendien: was de commandant vóór de invoering van het stoomvermogen slechts (!) afhankelijk van weer en wind, nu moest hij accepteren dat er ook binnenboord factoren waren die zijn wensen konden doorkruisen. Vervolgens werd het isolement, waarin men aan boord leefde, langzamerhand afgebroken: door belangenverenigingen, kranten, radio, televisie, enz. werd ook de marineman meer en meer bij het gebeuren in de burgermaatschappij betrokken. Voorts werd in zijn werk meer en meer zelfstandigheid van de schepeling gevraagd, doordat de oorlogsschepen steeds ingewikkelder werden. Het gevolg was dan ook dat het zonder denken reageren steeds minder in de werkzaamheden kon worden toegepast.
Leiderschap
De moderne apparatuur eiste een bediening door specialisten die in verschillende dienstvakken werden ondergebracht. Dit leidde er weer toe dat een commandant niet meer alle details van zijn bedrijf kon weten en er over kon beslissen zonder het advies van die specialisten; kortom hij moest meer en meer delegeren. Eveneens tengevolge van de toegenomen apparatuur aan boord moest het plaatsrovende bakkensysteem worden verlaten en deed het cafetariasysteem zijn intrede. Hierdoor verminderde dan weer de dirécte controle op het doen en laten van de militair. Door deze ontwikkelingen moest er worden gezocht naar nieuwe methoden om het menselijk gedrag aan boord te beheersen. Langzaam maar zeker vond dan ook het begrip 'leiderschap' ingang.
Daarnaast werden - mede onder invloed van de ontwikkelingen in de burgermaatschappij - de regels voor het zogenaamde leefklimaat versoepeld. Men denke maar aan de bepalingen omtrent het passagieren, de haardracht, het dragen van burgerkleding, enz.
Wat evenwel niet altijd wordt onderkend is het feit dat door het geven van meer zelfstandigheid ook meer zelf-verantwoordelijkheid van de militair wordt gevraagd. Dat is immers de consequentie van het verlaten van het systeem van de opgelegde uiterlijke discipline door dat van de vrijwillig aanvaarde innerlijke discipline; een systeem dat naar de mening van velen zijn waarde overigens nog moet bewijzen.
Historisch bezien is nu de afschaffing van de baksorder een mijlpaal in deze ontwikkeling. Een mijlpaal die trouwens in vele opzichten meer van symbolische aard is. De geschetste ontwikkelingen hebben er niet toe geleid dat vele zaken uit de baksorder in de loop der jaren uitgebreider in aparte voorschriften werden geregeld. De afschaffing van de baksorder is in feite dan ook niets anders dan het vaststellen van het feit dat hij zijn gelding had verloren; voor de militair verandert er daardoor niets! Einde
Bron: IMH via George J. Visser